
Op een Contiform 3-line wordt ongelijke verwarming van de preforms meteen zichtbaar. Er zijn problemen als dikwandige preforms, gebreken in de vorm van de flessen, en een verhittingstunnel die niet goed functioneert. Zodra de oorspronkelijke halogeen-emitters verslechteren, neemt de uitvoer af, veranderen de temperaturen in verschillende zones, en moet je meer tijd besteden aan het regelen van de temperaturen dan aan het uitvoeren van de productiecyclus.
Wat technisch gezien belangrijk is
We hebben de Contiform 3-verwarmer ontworpen met behulp van kortegolfrode kwarts-emitters die passen bij de vermogenssterkte en geometrie van de machine. Elke emitter werkt op de voorgeschreven spanning, gebruikt de vereiste stroomsterkte en kan worden aangesloten op de standaard R7s-aansluiting. Hierdoor hoef je de lampen niet te vervangen zonder dat je de verhittingstunnel hoeft te herwerken. Het kwarts omhulsel kan de thermische schokken tijdens het produceren van veel flessen weerstaan. De compacte structuur van de filamenten zorgt er bovendien voor dat de hete zone zich precies op de juiste plek bevindt: op de schouders en het lichaam van de preform. De uitvoer blijft dus stabiel over tijd, zodat je een consistente verhitting kunt behouden.
Waarom dit geschikt is voor de productielijn
Het gaat om controle die gemeten kan worden. Met een stabiele infrarooduitvoer wordt de verwarming van de preforms beter geregeld. Dit resulteert in minder gebreken, betere gewichtscontrole en minder afval door oneffenheden in de vorm van de flessen. De energieverbruik neemt af, omdat kortegolfrode straling snel werkt en minder energie wordt verspild aan de constructie van de verhittingstunnel. Bovendien duuren de emissoren langer en hoeft je minder vaak lampen te vervangen. Hierdoor wordt het OEE verbeterd. In praktijk betekent dit dat je meer flessen per uur kunt produceren, met minder temperatuurschommelingen.
De praktische aspecten
De installatie is eenvoudig: je hoeft alleen maar de R7s-aansluiting te gebruiken. Echter, de verhittingstunnel moet na het vervangen van de lampen opnieuw worden afgesteld. Er is een korte testperiode nodig om de instellingen van de zones, de bandensnelheid en het temperatuurprofiel van de preforms weer in balans te brengen. Controleer ook de conditie van de reflectoren; beschadigde of geoxideerde reflectoren kunnen de prestaties verminderen, zelfs wanneer de lampen nog in orde zijn. Plan het vervangen van de lampen tijdens een geplande stilstand, zodat je geen verrassingen ondervindt.