
Waarom je buitenthermische apparaten steeds defect raken (en hoe je dit kunt oplossen)
Buitenthermische apparaten hebben het zwaar te verduren. Stel je eens voor: deze apparaten genereren veel warmte, maar ze moeten ook nog eens in regen, vocht en ijskoude wind werken. De meeste mensen denken dat de verwarmingselementen als eerste kapotgaan. Maar eerlijk gezegd is het meestal de leidingsdraad die naar de lamphouder leidt die problemen oplevert. Hier begint het echte probleem.
Het ‘bakken’-probleem
Veel goedkopere apparaten op de markt gebruiken simpele lijm of rubberen afsluitingen om water tegen te houden. Het probleem is dat de hitte van de infraroodbuis deze materialen doordringt. Na verloop van tijd worden ze broos en barsten ze. Zodra er een klein openingje ontstaat, kan vocht naar binnen dringen. Dit leidt tot oxidatie, een doorgebrande fusie of een kortsluiting. Dit gebeurt vaak bij consumentenapparaten, omdat hun afsluitingen niet bestand zijn tegen zulke constante hitte.
De juiste manier om dit te voorkomen
Wij doen dit op een andere manier, zodat het versleten proces wordt voorkomen. We plakken niet zomaar wat lijm op de draad en zijn klaar. We gebruiken hoogtemperatuursiliconen en dubbelwandige hittebestendige materialen. Hierdoor ontstaat een goede afsluiting die echt standhoudt. Het beste is dat het materiaal zelfs na duizenden uren in hitte nog flexibel blijft. We zorgen er ook voor dat de isolatie van de draad bestand is tegen temperaturen van 200°C+ . Op deze manier smelt de isolatie niet en blijft de afsluiting intact. Want als de afsluiting faalt, is het apparaat nutteloos. Het gebruik van originele materialen is de enige manier om ervoor te zorgen dat de elektronica droog blijft, ongeacht het weer.
Een belangrijke waarschuwing
Er is echter een trade-off: wanneer je een sterke afsluiting maakt, zijn de draden minder flexibel. Je mag de draden niet in scherpe hoeken buigen tijdens het installeren. Anders riskeer je dat de afsluiting beschadigd raakt. Zorg er dus voor dat het team dat het apparaat monteert wat ruimte laat tussen de draden. Geef ze wat bewegingsvrijheid, dan zal de afsluiting zijn werk goed doen.